In dit werk gebruikt Al Solh de vertrouwde, in massa geproduceerde stoffen die in Syrië, Libanon en Palestina vaak dienstdoen als sprei of deken. De kunstenaar heeft gaatjes in de doeken gemaakt en die vervolgens weer dichtgenaaid. Hiermee verwijst de maker naar haar jeugd en de Libanese Burgeroorlog. Als ze niet kon slapen omdat ze bang was, liet haar moeder toe dat ze scheurtjes in haar pyjama maakte en die weer dichtnaaide als een soort meditatieve afleiding.

Hangend als tenten kunnen de gaten in de lakens worden geïnterpreteerd als plafonds vol kogelgaten of als hemelgewelven vol sterren. Op de achtergrond klinkt het geluid van naaien en breien en kinderen die slaapliedjes zingen. Zo biedt het kunstwerk een inkijkje in de ervaringen van vluchtelingen en de simpele troost die naald en draad kunnen verschaffen.