Karim Adduchi woont sinds 2011 in Amsterdam, maar het rijke erfgoed van Marokko vormt de basis van zijn collecties. Zijn werk is een eerbetoon aan de stoffen, weeftradities en borduurtechnieken die Marokkaanse vakmensen al vele generaties inzetten. Van het rietachtige materiaal dat voor vloermatten wordt gebruikt tot Berbertapijten – Adduchi benut ze juist om de complexiteit van de mens te vieren en de beperkte definities van ‘de ander’ ter discussie te stellen. 

Zijn ontwerp met veren werd geïnspireerd door de twaalfde-eeuwse tekst De samenspraak van de vogels, van Farid ud-Din Attar. Dit verhalende soefigedicht is een allegorie voor de (menselijke) zoektocht naar betekenis. 

Voor deze creatie hebben Adduchi en Lipika Bansal samengewerkt met een aantal borduurateliers in India en een selectie van zowel oude als nieuwe geborduurde weefstoffen in een lapjeskledingstuk verwerkt.

Tijdens de samenwerking werden ook Indiase borduurtradities onderzocht, met de nadruk op de Indiase mochi-techniek. Die veroverde in de zeventiende en achttiende eeuw een plekje in de kleding van de hogere kringen in Nederland. Met een proefmodel van lange-afstandsuitwisseling en wederzijds respect wordt ernaar gestreefd de koloniale verhouding tussen Nederlandse ontwerpers en Indiase vakmensen van eeuwen geleden te kenteren.