Kallol Datta’s textielobjecten zijn gemaakt van gedeconstrueerde stoffen uit India en Japan. De kledingstukken – inclusief via online kledinginzamelingsacties verworven vintage sari’s en kimono’s – zijn allemaal losgetornd en radicaal aangepast.

Hoewel Datta modeontwerper is, kunnen deze objecten niet worden gedragen, want het ontbreekt ze aan een zoom of halslijn. De creaties tarten de logica van kleding en belichamen in plaats daarvan het samenkomen van verschillende weefsels die de herinneringen van hun vorige eigenaars in zich meedragen.

De kledingstukken die in deze objecten zijn verwerkt dateren uit de jaren veertig tot en met de jaren tachtig; een periode van grote sociale en politieke veranderingen in zowel Japan als in India. Datta heeft zich verdiept in hoe kleding in beide landen werd ingezet als een middel om controle uit te oefenen over minderheden en gemarginaliseerde bevolkingsgroepen. Met zijn abstracte textielsculpturen stelt hij de traditionele relatie tussen kleding en het lichaam ter discussie.